Nao de Hòmmis

op feb 24, 19 in ‘Nao de Hòmmis’ met Reacties uitgeschakeld voor Nao de Hòmmis

Tot ver in de jaren ’60 was de Hoogmis op zondagmorgen vaak tot de laatste plaats bezet. Ná de Hoogmis was het in de omliggende cafés niet veel anders. Onder het genot van een glas bier of een borrel werden verhalen verteld, ervaringen uitgewisseld en het dorpsnieuws aan elkaar doorverteld. In ‘Nao de Hòmmis’ gaan we wekelijks opnieuw dat dorpsnieuws aan elkaar doorvertellen. Humoristisch, ernstig, zelf gezien of van horen zeggen.

Nao de Hòmmis van zondag 24 februari

Jo: Vroeger droomden de mensen in februari van een Elfstedentocht en nu schiet ons in deze maand al massaal het voorjaar in de kop.
Lei: Dat mag je wel zeggen Jo. Vorige weekend leek het al, of we midden in het fietsseizoen zaten. Veel fietsers onderweg en volle terrassen.
Ger: En volop werk in de tuin. Ik heb de tuinbonen al in de grond en de eerste spinazie gaat er deze week in. De krokussen staan al in volle bloei en bomen en struiken beginnen de eerste knoppen te krijgen. Nog even en de vogels beginnen hun nestjes te bouwen.
Wim: Bij ons in de straat zijn ze al een stap verder. Op het einde van de Hagelkruisweg, ligt in een voortuin al een geweldig groot ei in een soort ooievaarsnest.
Ger: Dat kan ook wijzen op het Paaseieren zoeken. Dit leuke gebruik wordt in jullie buurt nog altijd in stand gehouden. Misschien de eerste aankondiging, dat het ook dit jaar weer gaat gebeuren?
Wim: Nou je het zegt, dat zou zomaar kunnen. Er hangt ook nog een bordje bij het nest met daarop ‘Verwacht’. Hoewel ze daar dan toch wel heel erg vroeg mee zijn. De Vastelaovend moet nog beginnen. Maar ja, met de Kerstversiering zijn ze tegenwoordig ook al direct na de zomervakantie mee bezig.
Lei: Ooievaarsnest, groot ei, bordje ‘Verwacht’… Dat wijst op iets heel anders, jongens. Daar wordt de geboorte van een ‘kiendje’ aangekondigd!
Wim: Dat zou inderdaad zomaar kunnen. Op dat adres woont een jong stel. Een zoon van de ‘kunstemaeker’ en zijn vriendin. Die hebben dat huis met hun tweetjes van voor tot achter en van boven tot onder, helemaal opgeknapt. Het is een paleisje geworden!
Jo: Toch een mooi optrekje, voor een prinsje of prinsesje!

===============================================

Jan: Ik was er nog maar net op tijd bij om kaartjes te bemachtigen voor het nieuwe toneelstuk van de COM. Mooie naam trouwens van dat stuk: Allo, Allo.
Lins: Allo, Allo speelt in oorlogstijd in het decor van een café. Als er dan in dat café ook nog genoeg gelachen kan worden dan is ‘Méél’ wel van de partij!
Cor: En aansluitend natuurlijk nog wat buurten in ’t café van d’n Binger. ‘’t Koost kòijer’, zullen we maar zeggen.
Lins: Ik heb wel iets anders waar ik me kò over kan maken. Ik hoorde dat Silvie Geuns genomineerd is als Vastelaovesvierder van Peel en Maas. Dus ik denk, die meid verdient ‘t, die ga ik steunen. Maar niks hoor. Dat lukt alleen via facebook en ik heb me een paar weken geleden juist bij facebook uitgeschreven. Ik was die flauwekul daar meer dan zat.
Piet: Dan ga je haar maar persoonlijk een riem ander het hart steken?
Lins: Dat zou ik kunnen doen. Ik begreep juist dat als ik op facebook mijn stem op Silvie wilde uitbrengen ik het hartje bij haar naam moest ‘liken’.
Jan: Als je dat persoonlijk gaat doen, kan dat zomaar de dubbele punten opleveren. En dan haal je bij de bakker nog een lekker chocoladehartje voor Silvie en dan kun je bij haar niet meer stuk!
Lins: Dat is eigenlijk zo gek nog niet. Om met de woorden van Cor te spreken: ’t Koos kòijer…’

===============================================

Wiel: Wat weer een ’sjon Vastelaoveskrant’ die gisteren is uitgekomen. Daar ga ik vanmiddag weer eens lekker van genieten
Lei: Dat heb ik gisteravond al gedaan. Wat me telkens opvalt is dat in het begin dat Mééls lezen best moeilijk is, maar na een tijdje weer aardig lukt.
Giel: Oh dan is dat zo’n beetje als wanneer je een tijdje geen borrel hebt mogen drinken. Daar moet je eerst ook weer aan wennen…
Wiel: Waar ík moeilijk aan kan wennen is iets heel anders. Gaat zich weer een nieuwe club met ons dorp gaat bemoeien: ’t Dorpslap. Eerst hadden we ’t Dorpsoverleg en dat was duidelijk. Wat later kwam dat initiatief Peelgeluk tot stand en ook daar had ik snel een goed gevoel bij. Nu komt er die derde club – het Dorpslab – bij. Het wordt wel allemaal erg veel van ’t goeie.
Lei: Precies Lei. Liever één goeie club waar alle zaken bij elkaar komen, dan drie verschillende die zeggen me wat te brengen, maar me toch ook sterk ’t gevoel geven iets van me te willen. Het is wat jij zegt: Is het niet allemaal een beetje veel van ’t goeie. En dat Dorpslab zegt dat ze juist willen helpen bij krachtenbundeling.
Wiel: Het doet me wat denken aan die weekkrantjes die we in de bus krijgen. Liever een goed ‘Mééls Krèntje, als een hoop rommel in de bus.
Giel: Ho, ho Wiel Overdrijven is ook een kunst.
Wiel: Niks kunst. Je moet tegenwoordig stevig aanzetten, wil je gehoord worden. Ik heb zelfs zitten denken om me zo’n roeptoeter te kopen en dan op het dak gaan te zitten om mijn mening van het dak te schreeuwen.
Lei: Let maar op. Ons Lenie belt onmiddellijk de politie voor lawaaioverlast van unne Méèlse roeptoeter!

===============================================

Aan de tapkast

Wiel: Kom ik deze week bij de bakker binnen, krijg ik net een gesprekje mee tussen kapeloan Roger en Tamara. Kapelaon vraagt aan Tamara of al bekend is wat de nieuwe naam van de zaak gaat worden. Tamara op haar beurt: “Dat gaat wel april worden, keplaon. De nieuwe verpakkingen, met daarop de nieuwe naam, komen helemaal uit China, dus dat duurt wel even. En tot die tijd willen we het nog effe geheim houden.” Waarop keplaon heel gevat reageert: “Zo, die Chinezen zijn ons dus weer eens voor. Die weten de naam nú al en wij moeten er nog een aantal weken op wachten.” Van ’t antwoord van Tamara schoot ik in de lach. “Maar keplaon daar hebben ze toch niks aan want ze kunnen die naam helemaal niet uitspreken!” En bij het weggaan meende ik Tamara tot kapelaan te horen zeggen “Tjap Tjhoy, meneer keplaon”.
Kastelein: Dat laatste laat keplaon natuurlijk niet op zich zitten. Die komt de eerstvolgende keer bij ‘de bèkker’ binnen met de begroeting: “Foe Yong Hay Tamara”.

 

Pin It

Related Posts

Comments are closed.

« »

Scroll to top