Sóndese koost van zondag 1 Februari 2026
Ook in ons dorp krijgt de zondagmorgen al geruime tijd een heel andere invulling dan vroeger. Stonden de vrouwen destijds de hele morgen aan het fornuis om – als manlief uit de Hòmmis/café kwam – ‘Sóndese koost’ op tafel te brengen, hoe anders is dat tegenwoordig. De vrouwen gaan nu op de zondagmorgen met vriendinnen lekker wandelen, al mogen – bij uitzondering – ook wel eens de mannen mee. En als regel wordt die wandeling afgesloten met een lekkere kop koffie of een drankje in een van de Méélse horecagelegenheden. Over alle zin en onzin die ter sprake komt, leest u wekelijks in onze rubriek ‘Sóndese koost’.
Marjo: Wat ben je laat, Willemien.
Willemien: Ja, ja sorry. Ik zat helemaal verdiept in de Kieveloeëtekrant.
Marjo: Dat vind ik geen reden om te laat te zijn. Je bent echt over tijd.
Willemien: Uh, gelukkig alleen nu bij jou. Kan er niets aan doen. Maar als ik aan die krant begin, ben ik niet te stoppen. Vind het “sjòn” om te lezen.
Marjo: Ik koop hem wel maar vind het Meijels-lezen lastig. Als ik bezig ben en weer snap waarom het streepje naar links of rechts staat, dan gaat het wel. Maar ik vind het lastig.
Willemien: Dan moet jij eens naar Gijs over de grens luisteren.
Marjo: Gijs over de grens? Die Holle Bolle van de Efteling?
Willemien: Nee, nee. Dat is een programma van omroep Peel en Maas. Ik heb er naar geluisterd. Hij had een interview met Roel Peeters en Peter Daniels over het Mééls dialect. Ik hoorde een nieuw woord; Foetelfiets.
Marjo: Foetelfiets. Wat is dat voor iets?
Willemien: Dat is een elektrische fiets.
Marjo: “Lèk mich dèt us oeët”.
Willemien: Foetele betekent vals spelen. En ja, het is een beetje vals fietsen.
Marjo: Nu snap ik het. Zal het thuis eens gaan vertellen.
Willemien: Ik houd van het dialect maar dat is helaas aan het vernederlandsen. Maar ik zie meer veranderingen. Laatst reed ik achter een paardentrailer en ik las groot “Horsers” op de wagen. Dan denk ik doe normaal en zet er paarden op.
Marjo: Klopt, zo las je vroeger overal “Opruiming”, dat is tegenwoordig: Sale.
Willemien: Ook zoiets. In Meijel zijn ze bang, dat het dialect verdwijnt maar het Nederlands is ook aan het verdwijnen. Maar we zullen met de flow mee moeten gaan.
Marjo: Zeker anders hebben we een mega probleem .
Willemien: Weet je wat ik las?
Marjo: Nee, vertel.
Willemien: Je mag weer meer afval bij elkaar doen in de grijze container.
Marjo: Och daar heb ik al altijd mee “gefoeteld.” Dat komt toch allemaal op één hoop bij elkaar. Ben ik de tijd eens vóór geweest.
Willemien: Ja, vaak worden oude afspraken weer nieuw gemaakt. Ik heb eerlijk gezegd ook wel eens gefoeteld. Daar is niemand slechter van geworden, denk ik. Ik draai zo af naar huis want ik moet vanmiddag weg.
Marjo: Waar is het vandaag te doen?
Willemien: In D’n Binger, “ gé dé slach utj vanmiddich.”. Daar is de “Kééj Knappe Kwèèk Middich”. Ik vind het prachtig dat daar veel kinderen aan mee doen.
Marjo: En wordt daar Mééls gezongen?
Willemien: Zeker, “as gé dè mèr wét.”
Marjo: Ik denk dat er links of rechts wel wat gefoeteld wordt.
Willemien: Ik hoor de tekst maar half, het is veel “gekwéék.” Maar het kijken naar de kinderen is al prachtig.
Marjo: Nou dan: Vól gas mi alleman, roeëj, géél òf gruu:n, mak d’r wa van!