Nao de Hòmmis

op nov 3, 19 in ‘Nao de Hòmmis’ met Reacties uitgeschakeld voor Nao de Hòmmis

Tot ver in de jaren ’60 was de Hoogmis op zondagmorgen vaak tot de laatste plaats bezet. Ná de Hoogmis was het in de omliggende cafés niet veel anders. Onder het genot van een glas bier of een borrel werden verhalen verteld, ervaringen uitgewisseld en het dorpsnieuws aan elkaar doorverteld. In ‘Nao de Hòmmis’ gaan we wekelijks opnieuw dat dorpsnieuws aan elkaar doorvertellen. Humoristisch, ernstig, zelf gezien of van horen zeggen.

Nao de Hòmmis van zondag 3 november

Ton: De zondag heeft tegenwoordig ook weinig meer van een rustdag. Neem vandaag: eerst de Hòmmis en nou Nào de Hòmmis. Om hier te zitten heb ik de presentatie van ’t Nééj Mééls Woordeboe:k al moeten laten vallen. Dat brengt onze Mark hopelijk voor me mee. En dadelijk snel naar huis wat eten en dan met ons Nellie naar de Sporthal.
Jef: Je gaat toch niet met dat dörske van jou daar in de touwen hangen?
Ton: De kleindochter doet daar mee aan de Majorettenkampioenschappen in de ‘Körref’ en daar moeten opa en oma zich natuurlijk laten zien. Vervolgens naar het kerkhof, want dat is met Allerheiligen bij ons nog steeds vaste prik.
Jo: Ik hoor het Ton: druk, druk, druk. En vanavond hang je uitgeteld in de touwen en dan moet de week nog beginnen. Maar even over dat kerkhof. Wij zijn gisteravond geweest en dat was weer prachtig met die brandende vuurkorven. Heel sfeervol. Zoals ze tegenwoordig zeggen.
Giel: Goed initiatief van de kerkhofploeg en de mensen van de avondwake. Die laatsten waren de laatste dagen elke dag op het kerkhof voor een praatje met mensen die daar behoefte aan hadden.
Ton: En in ’t hok van die mèn van ’t kerkhof was het lekker warm en ‘ons An’ zorgde daar voor thee en koffie.
Jef: Als we het dan over de afgelopen week hebben wil ik hier ook nog wel even de zonnebloem noemen.
Jo: Je doelt toch niet op het overlijden van Ton Verstappen en Marietje Jaspers op de weblog van de kéérk. Die overlijdens worden daar al jaren met dat zonnebloemlogo aangekondigd. Of is de aanvoer van zonnebloemen op de veiling voor dit jaar soms gestopt. Maar dat is ook heel normaal om deze tijd van ’t jaar.
Jef: Nee man. ’t Gaat om enkele mooie activiteiten van de Zonnebloemafdeling in ons dorp. Zo hebben ze een middag samen bonbons gemaakt, zijn er met de huifkar op uit geweest en hebben samen lekker gegeten. Wat willen mensen die zich vaak alleen voelen, nog meer?
Giel: Daar kunnen voor die mensen de zonnebloemen van de veiling niet tegenop.
Ton: Maar dan zou ’t misschien ook wel mooi zijn als de Zonnebloem volgend jaar mei die mensen in de gelegenheid stelt om op die huifkar mee te gaan op bedevaart naar Ommel! Dat zou een mooie rit kunnen worden!

===============================================

Wim: Krijg ik ze zondagmiddag toch op mijn … toen ik thuis kwam uit de Hommis.
Lins: Wat is dat nou Wim, we waren toch niks later als anders.
Wim: Dat zal ik jullie vertellen. Ik heb zondag hier aan de tafel verteld dat ik het zo fijn vond dat Jong Nederland in Méél nog steeds de Sint Maartensviering verzorgt. Fout, helemaal fout. De schoondochter – die Nao de Hòmmis al had gelezen, voordat ik thuis was, had ons An al gebeld met de vraag waar ik die wijsheid vandaan haalde. Zij zit bij het Kindervakantiewerk en het is het KVW, die jaar in, jaar uit die Sint Maartensviering organiseert. Ik heb haar maar gebeld en een mea culpa uitgesproken. Het is gelukkig vergeven, maar natuurlijk nog niet vergeten. Dat blijft nog oppassen de komende weken.
Niek: Sinds die mèn van Nao de Hommis hier rondstruinen, moet je zelfs in ’t café op je woorden passen. Maar hopelijk letten ze vanmorgen ook op en wordt dit mea culpa van jou ook op de weblog geplaatst. Dan hoeft de schoondochter daar in haar Sinterklaasgedicht voor jou ook niet meer op terug te komen!

===============================================

Jan: Weet iemand van jullie of er gisteren veel volk in de Peel is gaan ‘handlangeren’ bij die uitkijktoren aan de Vossenberg?
Leo: Mijn schoonzoon en een kameraad van hem zouden in ieder geval gaan, maar ik heb daar verder niks over gehoord. Hij vertelde me wel al dat er een heel mooie website is gemaakt van dat project daar. ( www.belfortvossenberg.nl ) Maar mijn vraag is eigenlijk Jan: wat is ‘handlangeren’ nou precies?
Jan: Dat is hetzelfde als ‘opperen’ vroeger in de bouw.. De metselaars op het steiger hadden een handlanger of opperman. Die zorgde dat het materiaal – stenen en specie – steeds op de steiger klaarstond, zodat zij door konden werken. Verdomde zwaar werk als je het mij vraagt. Alles moest handmatig over de ladder naar boven en niet met een lift, zoals dat tegenwoordig gaat. En had ie een moment vrij dan moest hij opruimen, schoonmaken en dat soort zaken.
Thijs: Aha, dat is dus ‘handlangeren’. Ik ga straks als ik thuis ben direct kijken of ik dat woord in ’t Nééj Mééls Woordeboe:k tegenkom.
Leo: Ik denk dat de jeugd bij ’t woord opperman eerder denkt aan een belangrijke functie als hoogste baas, als opperhoofd. Maar het is juist de laagste tree op de carrièreladder.
Jan: En bij ‘handlangeren’ denken ze natuurlijk aan hangjongeren. En dat is dan ook weer precies het tegenovergestelde van wat die ‘handlanger’ vroeger in de bouw moest doen.
Thijs: Maar nog even terugkomend op de opkomst van die ‘handlangers’ gisteren in de Peel. Ik heb gehoord dat dit een paar weken geleden bij het naar boven brengen van al die materialen in de toren van de kerk een groot succes is geworden. Daar waren er zoveel, dat ’t in een paar uurtjes ‘gepiept’ was.
Jan: Ik denk dat als je mensen in een dorp als Méél kunt overtuigen van nut en noodzaak er altijd zijn die de handjes willen laten wapperen. Ook dat is een onderscheid tussen stad en dorp.

 

Pin It

Related Posts

Comments are closed.

« »

Scroll to top