Nao de Hòmmis

op feb 9, 20 in ‘Nao de Hòmmis’ met Reacties uitgeschakeld voor Nao de Hòmmis

Tot ver in de jaren ’60 was de Hoogmis op zondagmorgen vaak tot de laatste plaats bezet. Ná de Hoogmis was het in de omliggende cafés niet veel anders. Onder het genot van een glas bier of een borrel werden verhalen verteld, ervaringen uitgewisseld en het dorpsnieuws aan elkaar doorverteld. In ‘Nao de Hòmmis’ gaan we wekelijks opnieuw dat dorpsnieuws aan elkaar doorvertellen. Humoristisch, ernstig, zelf gezien of van horen zeggen.

Nao de Hòmmis van zondag 9 februari

Toelichting vooraf
Als we vanmorgen het café binnenkomen, horen we Lins tegen de kastelein zeggen dat hij groot nieuws heeft. Nieuws dat gegarandeerd de geschiedenisboeken gaat halen. Dat maakt ons, maar ook de kastelein toch wel heel erg nieuwsgierig. We kennen Lins immers niet als een praatjesmaker, al kan ie wel eens lang van stof zijn. Dat laatste weet ook de kastelein en die zegt dan ook: “Ik wil best naar je verhaal luisteren, maar hou het kort, want er zijn meer mensen in de zaak als alleen jij.” En dan volgt een verhaal dat eigenlijk te gek voor woorden is. Maar we hebben het met eigen oren gehoord, voordat we ook maar één borrel ophadden.

Aan de tapkast

Lins: Je weet dat ik ’s avonds vaak nog een stuk de Peel inloop. Op een vroege herfstavond kom ik op de Vossenberg langs een van die kazematten daar. Door zo’n kijkgat zie ik daar enkele Méélse mèn zitten en ik kan je zeggen niet de eerste de beste. Blijken die daar drie avonden in de week bij elkaar te komen en sindsdien heb ik daar geen gesprek meer gemist.
Kastelein: Dan moet je het wel erg belangrijk hebben gevonden Lins. Mijn eerste vraag is natuurlijk welke mèn daar dan waren?
Lins: Eerstens Mart Rooyakkers en Jo Manders die zo’n beetje het beheer hebben over dat hele project de Vossenberg. Verder twee oud-vorsten van de Kieveloeët; Joost Stemkens en Peter Daniëls. Ook van de partij waren onze vrije tijdpoliticus en zakenman Frits Berben en Math Peeters, die van de garagedeuren. En om die Kievoleëtefamilie compleet te maken, de huidige voorzitter en vorst van die club: Rudy en Wiljan waren ook regelmatig present.
Kastelein: Die club was dan zeker de sleuteloverdracht van dit jaar aan het voorbereiden?
Lins: Nee, nee! Maar je bent wel heet. Gruwelijk heet zelfs als ik het zo mag zeggen!
Kastelein: Nou word ik wel verdomde nieuwsgierig. Kom op, Lins.
Lins: In navolging van die Britten met hun Brexit was die club daar een Mexit aan het voorbereiden.…..
Kastelein: Hoe komen ze daar nou bij. Een Mexit. Wat een gebazel!
Lins: Niks gebazel. Luister en bibber!
Het hele zaakje is begonnen toen half september dat bevrijdingsvuur vanuit Asten naar Meijel werd gebracht en nog wel onder de persoonlijke begeleiding van burgmeester Wilma. Het werd haar in Asten overhandigd door onze oud-burgemeester Hubert Vos. Er smeulde tien jaar geleden al even een vuurtje tussen die van Asten en ons, toen Méél zijn zelfstandigheid verloor. En dat smeulend veenbrandje is nou aangewakkerd tot een niet meer te stoppen bevrijdendingsvuur. Binnenkort wordt ’t nieuws bekend gemaakt en dat zal inslaan als een bom! Die mén daar in de kazemat hebben voor gans Méél asiel aangevraagd en… gekregen aan de gindse kant van de Peel, in Asten dus. En automatisch wordt dan ook de provincie Limburg ingeruild voor Brabant.
Kastelein: Als het jou niet in de bol is geslagen, dan in ieder geval die mèn in de kazemat! Hoe stellen ze zich dat in ‘Godsnaam’ voor?
Het is tot in de finesses voorbereid. Je weet dat na de Vastelaovesmis altijd de sleuteloverdracht volgt in een stampvolle Binger. Over veertien dagen zal op het podium een kolossaal grote doos staan, die na een trompetsolo van de Heimatkapelle door Vorst Wiljan en voorzitter Rudy – die beiden ook in dat komplot zitten – geopend zal worden. Daaruit springen dan Frits en Math, Jo en Mart, Peter en Joost en ….. Hubert Vos tevoorschijn. Afwisselend gaan die samen de proclamatie van onze aansluiting bij Asten voorlezen. Een aansluiting met onmiddellijke ingang. Het was eerst de bedoeling dat Hubert die proclamatie alleen zou doen, maar daar waren die andere haantjes het natuurlijk niet mee eens. Die willen immers allemaal de scepter zwaaien. Vandaar dit compromis. Intussen hangt keplaon Roger – afgewisseld door enige mannen van het Herenkoor, de hele avond in de touwen van de kerkklokken die tot middernacht blijven luiden.
Kastelein: En dan wordt die Hubert dus weer onze burgemeester. Maar dat nieuws kan burgemeester Wilma toch nooit door het strotje krijgen. Die komt met het hele politiecorps richting Meijel.
Lins: Dan wacht haar een mooie verrassing. Direct na de Vastelaovesmis gaan de schutterijen onmiddellijk hun posities als grenswachten innemen. De ‘Blauw’ doen dat op de linie Ospel tot de rotonde op de Stoep; de ‘Grúún’ nemen de kanaallinie, vanaf de Stoep tot waar vroeger ‘Betjes Has’ woonde, voor hun rekening. Daar kan vanaf dat moment geen mens meer doorheen, laat staan ‘unne kúús’. Als vliegende brigade worden de Trabantjes van Rudy ingezet. De toegangswegen vanuit Helden en Roggel blijven met de Vastelaovesdáág hermetisch afgesloten. Er is op de Stoep één ontheffing verleend en wel aan de bierwagens ‘utj Neer Die mèn utj de kazemat kregen net op tijd in de gaten, dat ze anders niet alleen Méél maar ook zichzelf droog zouden leggen en dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.
Kastelein: Potverdorrie. Wie weet wat er nog meer op ons af komt.
Lins: Dat is niet niks, zoveel kan ik wel vertellen. Zo krijgt de nieuwe uitkijktoren in de Pieël vanaf dat moment de bestemming centrale commandopost. Daar worden met sterke verrekijkers alle vreemde bewegingen om ons dorp in de gaten gehouden. Verder gaat de gerenoveerde kerktoren ingericht worden voor topoverleg en bijzondere ontvangsten. De eerste die hier zijn opwachting komt maken is op Vastelaovesdinsdag Boris Johnson. Die wil natuurlijk dondersgraag weten hoe die Méélse zo’n kunstje in een paar maanden kunnen flikken, waar hij jaren voor nodig had!
Kastelein: De komst van die Brit is toch échte nonsens Lins. Hoe willen die Boris en die Méélse jongens elkaar verstaan?
Lins: Ook daaraan is door die mèn gedacht! Emmy Jaspers – een dochter van Piet en Marietje Jaspers – heeft een aantal jaren als tolk bij de EU in Brussel gewerkt. Die Emmy ‘tolkt’ even makkelijk Mééls –Engels, als Engels-Mééls. En aan het einde van zijn bezoek wacht die Boris nog een verrassing. Hij mag onder het toeziend oog van keplaon, ook nog vijf minuten de Méélse kerkklokken luiden. Hoort ie gelijk dat onze klokken veel zuiverder van toon zijn, dan die van zijn Big Ben. Trouwens ook veel zuiverder als die van Boris zelf, maar dat blijft hier wel onder ons.
Kastelein: Maar ze hebben er natuurlijk niet aan gedacht, dat de provincie Limburg en de gemeente nu wel hun centjes terug willen die ze in de restauratie van onze kathedraal hebben gestoken.
Lins: Uh, uh, uh. Die terugbetaling heeft ‘onze Hubert’ al mooi afgeregeld met de provincie Brabant en het gemeentebestuur van Asten. Ze hebben zelfs een puike regeling getroffen voor onze keplaon. Méél valt nu onder het bisdom Roermond, maar dat wordt dadelijk dus Den Bosch. In het bisdom den Bosch gaat een speciale kerkdeurcollecte gehouden worden om keplaon vrij te kopen bij Roermond. Noem het maar een transfersom. Roger zelf heeft al een mooie benoeming tot deken van Asten – Helmond in de pocket. Die wordt Aswoensdag bekend gemaakt. En nu Meijel deel gaat uitmaken van de gemeente Asten, blijft hij er bovendien toch ‘inne van ons’.
Kastelein: Het is toch niet te geloven. En dat allemaal net voor de Vastelaovesdaag. Hel Méél zal al die daag van de vroege morgen tot de late avond alleen maar praote, praote en nog ins proate. Ze hebben zelfs helemaal niet de tijd om zich ‘unne goeie op de lamp te schudden.’ Zit ik hier nao die daag te kieke mih unne kelder vol bier. Man, man, man…

 

Pin It

Related Posts

Comments are closed.

« »

Scroll to top