‘Vanuit de zijbeuk’

‘Vanuit de zijbeuk’ is de vaste column op de zaterdag, die afwisselend door enkele mensen – betrokken bij onze parochie – wordt ingevuld. Ze geven zo hun eigen kijk op persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen in eigen dorp, binnen de kerk of in ‘de grote wereld’. De ene keer ernstig, dan puntig en uitdagend en een volgende keer met een grote knipoog.

‘Clublid’

Als het om ‘clublidmaatschappen’ gaat, behoor ik tot het trouwe deel van de natie. Zo ben ik – op een kleine onderbreking na – vanaf mijn 17e lid van de vakbond en vanaf onze eerste trouwdag hebben Jacqueline en ik nog steeds een abonnement op een en dezelfde regionale krant en zijn we nog steeds lid van dezelfde omroepvereniging. En vanaf datzelfde moment zijn we ook onze kerkbijdrage gaan betalen in de parochies, waartoe we achtereenvolgens behoorden: eerst op de Heerlerbaan, toen Geleen-Zuid en nu Meijel.
De meeste clubs kennen het systeem dat – als ik mijn contributie of abonnementsgeld – niet meer betaal, nagenoeg automatisch van de ledenlijst wordt geschrapt. Hooguit probeert men mij telefonisch of per mail nog een paar maal op andere gedachten te brengen, maar dan word ik ‘gewist’. Heel anders gaat de kerk met ons ‘ lidmaatschap’ om. Tenzij je zelf actie onderneemt om je uit te laten schrijven, geldt in de kerk: Eens lid van ‘de club’ (gedoopt), altijd lid. Ook al betaalt iemand zijn hele leven geen dubbeltje kerkbijdrage, dan nog blijft hij tot zijn dood als lid geregistreerd staan.
De laatste jaren bekruipt me het gevoel, dat ik al heel veel jaren lid ben van de ‘verkeerde clubs’. Hun ledental daalt namelijk schrikbarend. Of het nu gaat om mijn vakbond, de krant of mijn omroep. Mensen bedanken als lid van deze clubs, omdat ze de kosten van het lidmaatschap niet meer in verhouding vinden staan, tot hetgeen ze ervoor terug krijgen. Ze krijgen blijkbaar onvoldoende waar voor hun geld of herkennen zich niet of onvoldoende in het beleid, dat de leiding van de bond, of de redactie van krant of omroep voert. Zoals net aangegeven is mijn kerk ‘op papier’ de enige, die deze dans ontspringt. In de praktijk is zij in ons land echter degene, die in de meest hachelijke situatie verkeert! Weliswaar hebben zich de laatste decennia uit onvrede met het beleid (denk aan de houding van de kerk rond bijvoorbeeld anticonceptie, celibaat, homoseksualiteit en de positie van de vrouw) en vanwege de reeks schandalen in de wereldkerk, aardig wat mensen laten uitschrijven, maar tóch. Maar toch heeft onze kerk, volgens de laatste cijfers, die ik tegenkwam, nog steeds zo’n 4 miljoen ‘clubleden‘ binnen onze landsgrenzen. Dezelfde cijfers vertellen me echter, dat van deze 4 miljoen maar liefst 82% nooit of bijna nooit meer ‘een kerk van binnen ziet’. Op een andere plek las ik dat in 1968 wekelijks nog 2.7 miljoen mensen naar de kerk gingen en nu moeten we het doen met 173.000 in diezelfde week. De pijnlijke conclusie is dus gerechtvaardigd, dat voor een zeer groot gedeelte van de ‘clubleden’ het lidmaatschap in de dagelijkse praktijk geen enkele betekenis meer heeft.
De hoogtijdagen van ‘mijn clubs’ – vakbond, krant, omroep en kerk – lijken definitief achter ons te liggen. In ieder geval wijst niets er op, dat ik – op mijn leeftijd – nog een kentering in deze ontwikkeling mag meemaken.
Zal ook ik dan maar al die anderen volgen, die gestopt zijn met het betalen van contributies en bijdragen? Nee, dat ben ik – vooralsnog – niet van plan!

Mat

 

loader