week 16-2026: (door Roger)
‘Vanuit de zijbeuk’ is de vaste column op de zaterdag, die afwisselend wordt ingevuld door kapelaan Roger en Mat. En nu ook (vanaf zaterdag 1 november 2025) door Mw. Ronny Blok. Ze geven zo hun eigen kijk op persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen in ons dorp, binnen de kerk of in ‘de grote wereld’. De ene keer ernstig, dan puntig en uitdagend en een volgende keer met een grote knipoog.
Koffie drinken
Sommige dingen zijn iedere dag zo gewoon geworden, dat we hun oorsprong niet eens beseffen.
Ze begeleidt vaak onze vroegste gedachtes, onze eerste zinnen. Soms nog voor de dag goed en wel begonnen is, hebben we haar al achteloos gedronken. Koffie. Alsof ze er altijd, is geweest.
Maar, koffie begon niet in een keuken. Ze begon ooit hoog, in de Ethiopische bergen. Waar de lucht ijl is, en de aarde rood. Daar groeide de plant, in het wild. Tussen struiken, en stilte.
Men vertelt over een herder, die merkte dat zijn geiten onrustig begonnen te worden na het eten van de rode bessen. Alsof, ze een geheim hadden ontdekt. Of het precies zo is gegaan, weten we niet. Wat we wel weten: ergens daar, werd een medemens wakker. Door, die boon.
Van Ethiopië, reisde koffie over het water naar Jemen. In de havenstad Mocha (!), werd ze gecultiveerd, beschermd; en, verhandeld. Daar kreeg ze haar eerste, echte thuis. In kleine kringen, bij nacht. Dronken mensen haar, om hun geest helder te houden. Koffie werd een metgezel van aandacht. Geen haast, maar concentratie. Geen lawaai, maar een gesprek. Een, dialoog.
Via karavanen en schepen, bereikte ze het Ottomaanse Rijk. In Istanbul, ontstonden koffie-huizen. Waar mannen, urenlang bijeen zaten om te praten. Ze spraken over het leven, dat groter was dan hun eigen straatje. Over macht. Over boeken. Koffie, werd brandstof voor woorden. Zo krachtig zelfs, dat heersers haar soms wantrouwden. Want een drank die mensen laat nadenken, en met elkaar laat spreken, kan gevaarlijk worden.
In 1683, stond bijvoorbeeld de stad Wenen onder het Ottomaans beleg. Toen deze troepen zich terugtrokken, bleven enkele zakken koffiebonen achter. De stad, die net aan verwoesting was ontsnapt, proefde in haar iets bitters, en warms, tegelijk. Daar in Wenen, werd de koffie zachter. Gemengd met melk, en geserveerd met gebak (de ‘Wiener Melange’; en, de Sachertorte). Alsof men, het scherpe randje van de gebeurtenissen in de geschiedenis wilde verzachten.
Italië leerde de koffie kennen, via Venetië. Via handel, via de zee. Maar de Italianen, gaven de koffie snelheid. De espresso: klein, als een hartslag. Krachtig, als een ademteug. Het werd in Venetië, een ritueel van de stad. Staand, aan een bar. Een korte pauze, in een wereld die altijd in beweging is.
En, Nederland? Wij brachten de plant, naar Java. In tropische aarde, vond ze een nieuw leven. Zo werd koffie, een wereldgewas. Verbonden, met de handel. Met macht, en koloniale schaduwen. Een boon, die grenzen overstak. Vaak zonder dat wie haar dronk wist, welke reis eraan voorafgegaan was.
Misschien is dat, wat ontroert aan koffiedrinken: dat ze vanuit een Ethiopische ijle bergflank, kon uitgroeien tot een wereldwijde, dagelijkse gewoonte. Dat om haar, oorlog zijn gevoerd. Zeeën bevaren, revoluties ontstaan. En (konink)rijken, verdeeld. En… dat ze dat alles, heeft overleefd.
Elke slokje, draagt een vorm van echo, van die lange reis. Misschien zouden we haar soms niet alleen moeten drinken, om wakker te worden- of wakker, te blijven.
Maar om ons te herinneren, hoe ver een klein begin, kan reiken.
De huidige regering heeft, aan haar begin gezegd, dat er veel koffie gedronken zou moeten gaan worden…
Roger