week 29-2026: (door Ronny)
‘Vanuit de zijbeuk’ is de vaste column op de zaterdag, die afwisselend wordt ingevuld door kapelaan Roger Maenen en Ronny Blok. Ze geven zo hun eigen kijk op persoonlijke ervaringen (uit heden of verleden) en gebeurtenissen in ons dorp, binnen de kerk of in ‘de grote wereld’. De ene keer ernstig, dan puntig en uitdagend en een volgende keer met een grote knipoog.
Jeugdherinnering: Mea maxima culpa
In de zomervakantie kwam steevast oom Jucundinus logeren. Een broer van mijn moeder, die in het gewone leven ook wel oom Jan werd genoemd. Hij woonde als broeder in een klooster in Sint Michielsgestel. Het was een interessante man, want hij had een oorlogsboek geschreven: “In dagen van Oorlog”. Ook speelde hij piano, tekende hij niet onverdienstelijk en ter ere van hem was in ons gezin zelfs een piano aangeschaft. Zijn beroep was leraar op een middelbare school.
Dat beroep kon hij slecht loslaten, want in zijn vakantieweek werden wij continu door hem onderwezen. Mijn broers zorgden er altijd voor snel uit de voeten te zijn, maar als jongste zat ik vaak met ons bezoek opgescheept. Ik moest luisteren naar pianoconcerten, moest uren mijn mond houden als hij radio wilde luisteren en moest nog allemaal dingen leren onthouden van hem ook!
Vooral Latijn had zijn liefde, dus nam hij met mij het kerkboek en de Gregoriaanse gezangen door. Ik luisterde maar met een half oor, want wees eerlijk: in de zomervakantie speel je toch veel liever buiten! Ik daagde hem uit met mij langs het strand te wandelen en koos expres de kant naar Scheveningen. Naar Katwijk was een uurtje wandelen, maar naar Scheveningen had je wat meer conditie nodig. Omdat de pier zo dichtbij leek, had hij niet door wat voor lange tippel hij voor de boeg had. Ik zette er meteen de benen in en met zijn lange pij en knellende boord met zijn kop in de volle zon, was het voor hem afzien. Het was lekker warm die dag en onderweg trok ik steeds meer kledingstukken uit. Tot ik op het laatst slechts gekleed in hemd en onderbroekje woorden kreeg met mijn oom.
Hij was uitgeput, het zweet gutste van zijn voorhoofd en ik plofte naast hem in het zand. Trek je jurk aan kind, ik kan niet met zo’n bloot kind langs het strand wandelen, stamelde mijn oom. Waarom trekt u die rare jurk niet uit, stelde ik voor. Niemand weet toch wie u bent. Het kan mij echt niets schelen hoor. Als door een wesp gestoken reageerde hij. Hij besloot rechtsomkeer te maken en zo arriveerden wij ruim drie uur later weer bij ons huis. Mijn moeder had wel door dat onze uitspanning niet erg geslaagd was geweest. Toen ze me vroeg mijn excuses aan te bieden herinnerde ik mij de laatste les: “mea maxima culpa”.
Ronny Blok
