week 33-2026: (door Ronny)
‘Vanuit de zijbeuk’ is de vaste column op de zaterdag, die afwisselend wordt ingevuld door kapelaan Roger Maenen en Ronny Blok. Ze geven zo hun eigen kijk op persoonlijke ervaringen (uit heden of verleden) en gebeurtenissen in ons dorp, binnen de kerk of in ‘de grote wereld’. De ene keer ernstig, dan puntig en uitdagend en een volgende keer met een grote knipoog.
Jeugdherinnering: Nonnen overal
Mijn hele jeugd waren ze er: nonnen die les gaven op de kleuter- en basisschool, nonnen die lesgaven op de MULO die ik bezocht en nonnen die zusters waren van mijn moeder en zomers om de beurt of soms samen een week kwamen logeren.
Ze liepen in lange zwarte gewaden en hadden een “kap” op of een sluier. Ze werden in mijn jeugd als tamelijk “heilig” beschouwd en lange tijd betwijfelde ik ook of ze tot het gewone mensenras hoorden. Vooral de nonnen op school leken nooit te hoeven eten, gingen niet zichtbaar naar het toilet en deden nooit mee als er een traktatie werd uitgedeeld. Ze waren vooral opvoeders en hadden weinig met het gewone leven te maken.
Mijn tantes hadden geen kap, maar een witte doek om hun hoofd met daarop een zwarte sluier. De oudste zuster-tante was verpleegster en de jongere onderwijzeres. Anders dan bij oom Jan, die broeder was, ervaarden we de logeerpartijen van onze tantes als een feest.
Even los van het klooster en hun werk, waren ze “gewone mensen” tot onze grote opluchting. Ze vonden het geweldig om naar de bioscoop te gaan en een ijsje te eten aan het strand. Tante Corona was zelfs een beetje ondeugend en trakteerde ons op heerlijke verhalen en deed ons onbedoeld (met haar onderwijservaring) leuke ideeën aan de hand om het onze ouders of leerkrachten eens flink lastig te maken.
Toen beide tantes – na jarenlange arbeid – met pensioen gingen heb ik ze nog regelmatig bezocht. Onze jongste dochter vond het geweldig om mee te gaan naar Hillegom, het retraiteoord voor bejaarde nonnen, waar tante Cassiana na haar pensioen naar toe ging. Het was een spannend gebouw en ze was dol op de moestuin. Er was altijd wel een tuin minnende non, die haar wilde uitleggen hoe alles groeide en bloeide. Het lange zwarte gewaad was inmiddels ingeruild voor een grijs mantelpak, maar de sluier (nu in korte versie) bleef tot het einde. Dat gold althans voor de oudste tante. De ondeugende versie verruilde het habijt al snel voor “gewone” jurken en de sluier werd afgezworen.
Toch bleef ze non in hart en nieren en leerde ons dat een leven in dienst van God ook een mooi leven kan zijn.
Ronny Blok