‘Nao de Hòmmis’

op jul 30, 16 in ‘Nao de Hòmmis’ met Reacties uitgeschakeld voor ‘Nao de Hòmmis’

Tot ver in de jaren ’60 was de Hoogmis op zondagmorgen vaak tot de laatste plaats bezet. Ná de Hoogmis was het in de omliggende cafés niet veel anders. Onder het genot van een glas bier of een borrel werden verhalen verteld, ervaringen uitgewisseld en het dorpsnieuws aan elkaar doorverteld. In ‘Nao de Hòmmis’ gaan we wekelijks opnieuw dat dorpsnieuws aan elkaar doorvertellen. Humoristisch, ernstig, zelf gezien of van horen zeggen.

Nao de Hòmmis van zondich 31 juli

Henk: Het Peelgeluk is nu zelfs doorgedrongen tot op het kerkhof.
Lei: Dat Peelgeluk wordt wel wat erg snel gebruikt de laatste tijd. Ook door mij trouwens. Ons Mien was vorige week behoorlijk onderuit gegaan met haar fiets. Elleboog kapot en de knie stevig geschaafd. Zeg ik: ”Met een beetje Peelgeluk toer je volgende week weer rond als Wout Poels”. Wordt Mien me toch kwaad. “En met een beetje Peelpech kom jij de hele zomer het huishouden aan het doen en voor het eten en mij aan het zorgen. Dat is me wat anders als de hele week wat rondhangen rond de forellenvijvers”.
Giel: Zou er voor jou wel eens slecht uit kunnen zien, Lei. Maar wat is dat met dat Peelgeluk op het kerkhof, Henk?
Henk: De kerkhofploeg heeft de komende weken vakantie en dat betekent dat de konijntjes dan helemaal vrij spel hebben in de mooiste tuin van Meijel.
Lei: De vakbond zal wel zeggen “Iedereen heeft recht op vakantie. Niet alleen de kerkhofploeg maar ook de konijntjes”. Als het een beetje mee zit of tegen – zoals je wilt – is dat aantal na de vakantieperiode ook nog stevig gegroeid. Want konijnen kunnen er wat van.
Jo: Ik heb ook nog een mooie meegemaakt op het kerkhof. Ik kom daar Anneke van het Gemeenschapshuis tegen, zwaaiend met een gieter. ”Jo weet jij waar in Godsnaam die waterkraan naast de sacristie gebleven is?” Ik zeg: “Anneke, als je dat niet weet dan geef jij de bloemetjes toch wel erg weinig water. Die tapkraan staat al minstens drie jaar tegen de muur van het nieuwe werkhok.” Waarop Anneke weer zegt: “waar de kraan eenmaal zit, moet je ze laten. Een goeie kastelein verplaatst de tapkraan toch ook niet.”

Lins: Ieder dorp schijnt tegenwoordig iets met paden te hebben. Ik wist al langer van het Struinpad bij het Deurnes kanaal en nu lees ik dat bij onze buren in Beringe onlangs het Prikkelpad geopend is.
Piet: Maar heb je dan ook gelezen dat dit voor mensen met een lichamelijke beperking wel degelijk nut kan hebben. Hun zintuigen worden daar door natuurlijke materialen geprikkeld en dat schijnt een gunstige invloed te hebben.
Niek: Dan is mijn ervaring toch wel anders. Ik ben vroeger wel eens in de distels gevallen. Mijn zenuwen werden uren later nog geprikkeld. Ik barstte van de jeuk. Mij zullen ze dus niet zien daar op dat Beringse Prikkelpad.
Lins: Weet je wat vroeger ook lekker prikkelde? Met je vriendjes op blote voeten door de ‘stoppelen’ van een pas gemaaid korenveld rennen. Deed je het heel voorzichtig dan deed het pijn, maar hoe harder je rende, hoe groter de sensatie. Maar ja waar vindt je vandaag de dag nog een korenveld?
Jan: Ik heb wel een alternatief. Ik heb laatst met de kleinkinderen het Blotevoetenpad in Griendsveen gelopen. Misschien ook wel wat voor Niek om die distels van vroeger te vergeten. We hebben daar een hoop plezier beleefd. En een boel verrassingen onderweg, zoals hutten, hangmatten, een uitkijktoren en een tunnel. Moet je echt ook eens naar toe Niek.

Wiel: Enkele weken geleden stonden de velden blank en nu moeten de boeren weer volop beregenen. Ik hoop voor hun maar dat er voldoende reserve in die putten zit.
Sjef: Gelukkig komt ons drinkwater uit de kraan en niet meer uit de put als vroeger.
Cor: Och we wisten toen niet beter. De meeste huizen hadden trouwens twee putten. Een waterput en een zinkput. Op die zinkput was de ‘poepdoos’ aangesloten. Was de put vol dan werd de inhoud in de tuin verspreid als bemesting. Dat was hergebruik van het zuiverste water om het zo maar eens te zeggen.
Wiel: Ja, die mensen van vroeger laten op dat punt die milieu mèn van tegenwoordig een poepie ruiken. Ha, ha.
Sjef: In Deurne schijnt trouwens het grondwater zwaar verontreinigd te zijn; stinkt naar rotte eieren.
Cor: Geef mij dan maar het water uit die turfputten van vroeger. Was wel aan de bruine kant, maar was wel gezond.
Wiel: Dat zal wel. Geef mij toch maar een lekker glas kraanwater.
Sjef: Oké. Wim, doe er hier nog eentje. Drie pils en een glas water voor Wiel.

Pin It

Related Posts

Comments are closed.

« »

Scroll to top